Speck­siet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspɛkˌziːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Speck·siet
Plural: Speck­sie­den f de Speck­siet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Speck + Siet