Ahn­macht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɔːnˌmaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ahn·macht
Plural: Ahn­mach­ten f de Ahn­macht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Tostand ahn Bewusstsien
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ahn + Macht