E­ken­holt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛːkn̩ˌhɔlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: E·ken·holt
n dat E­ken­holt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Eek + Holt