Pluralis: Schäpp n dat Schapp Nordniedersächsisch
Pluralis: Schäpp m de Schapp
Pluralis: Schappen m de Schapp
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Wo is de Dischdeek? — De is rechts in’t Schapp!
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Identieke woorden ››› Schapp ❔︎