Fett­pla­cken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛtˌplakn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fett·pla·cken
Plural: Fett­pla­ckens m de Fett­pla­cken
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Fett + Placken