fraag­wies in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɾɔːçˌviːˑz/
bijwoord
Afbreking: fraag·wies
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: fragen + -wies