lang­­töög­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlaŋˌtøːy̯çʃ/
adverb
Afbreking: lang·töögsch
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
in de Längd begriest
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: lang + tehn + -sch