Uitspraak in het Plat: /ʃɔˑu̯lhuːz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: School·huus
Pluralis: School­hüüs n dat School­huus Noord-Nedersaksisch, Pommersch
Pluralis: School­hü­ser n dat School­huus Westfaals, Noord-Nedersaksisch, Oostfaals, Märkisch, Pommersch
Pluralis: School­hu­sen n dat School­huus
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Dat ole Schoolhuus is nu afreten worrn.

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: School + Huus