See­slacht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛːˌslaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·slacht
Plural: See­slach­ten f de See­slacht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Slacht