Tee­pott in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtɛːˌpɔt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tee·pott
Plural: Tee­pött m de Tee­pott
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Langst du mi maal den Teepott?

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Tee + Pott