Bin­nen­wind in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɪn̩ˌvɪnt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bin·nen·wind
m de Bin­nen­wind
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: binnen + Wind