bin­nen in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› binnen ❔︎
bijwoord
Afbreking: bin·nen
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Antoniemen:
buten
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Binnen 14 Daag will ik mien Geld hebben!
[3]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
in
Duits:
Voorbeelden: