Drank­fatt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɾankˌfat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Drank·fatt
Plural: Drank­fäät n dat Drank­fatt Nordniedersächsisch
Plural: Drank­fat­ten n dat Drank­fatt Friesen-Gruppe
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
figuratiev

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Drank + Fatt