Klo­cken­stohl in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈklɔkn̩ˌstɔu̯l/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Klo·cken·stohl
Plural: Klo­cken­stöhl m de Klo­cken­stohl
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Klock + Stohl