ko­cksi­aansch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˌkɔk·sɪˈ·ɔːnʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ko·cksi·aansch
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kocksiaan + -sch