mittlandsch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɪtˌlandʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: mitt·landsch
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Mitt + Land + -sch