Uitspraak in het Plat: /ˈbalkn̩ˌzɛɪ̯l/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bal·ken·seel
Pluralis: Balkenselen n dat Bal­ken­seel
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Balken + Seel