quant­wies in het Nedersaksisch

Uitspraak: /kvantˈviːˑz/
bijwoord
Afbreking: quant·wies
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -wies