Melk­flee­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɛlkˌflɛːʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Melk·fleesch
Niet gebruikt het pluralis n dat Melk­flee­sch
[1]
perifere woordenschat
Synonyms:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Melk + Fleesch