Bäl­gen­ped­der in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɛlɡn̩ˌpɛ·dɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bäl·gen·ped·der
Plural: Bäl­gen­ped­ders m de Bäl­gen­ped­der
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: pedden + -er