An­drag in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈan·dɾaç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: An·drag
Plural: An­drääg m de An­drag Nordniedersächsisch
Plural: An­dra­gen m de An­drag
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: an + -drag