klo­cken­dig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈklɔ·kən·dɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: klo·cken·dig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Examples:
Ik heff al en klockendige Stünn op di töövt!
Klockendig teihn büst du hier!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Klock + -ig