See­ste­vel in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈzɛːˌstɛː·vəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·ste·vel
Plural: See­ste­veln m de See­ste­vel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Stevel