Krö­ge­ree in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɾøːy̯·ɡə·ɾɛɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Krö·ge·ree
Niet gebruikt het pluralis f de Krö­ge­ree
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:
De Krögeree smitt ok nich veel Geld af.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kröger + -ee