Hunn­schiet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhʊnˌʃiːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hunn·schiet
Niet gebruikt het pluralis m de Hunn­schiet Nordniedersächsisch
Niet gebruikt het pluralis f de Hunn­schiet
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Äh, ik bün in Hunnschiet peddt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hund + Schiet