Ut­lucht in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈuːtˌlʊxt/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ut·lucht
Pluralis: Utluchten f de Ut­lucht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Voorbeelden:
An dat Huus is en Utlucht anboot.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ut + Lucht