Snaps­bud­del in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈsnapsˌbʊ·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snaps·bud·del
Pluralis: Snapsbuddeln f de Snaps­bud­del
Pluralis: Snapsbuddels m de Snaps­bud­del
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Voorbeelden:
He hüng jümmer an de Snapsbuddel.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Snaps + Buddel