Schaap­schin­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɔːpˌʃɪnkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schaap·schin·ken
Plural: Schaap­schin­kens m de Schaap­schin­ken
[1]
perifere woordenschat
joking Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
[2]
perifere woordenschat
joking Waarschuwing: deze onderbeduiding is geen ernstige uitdrukking en zal in een eernstige context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Ökelnaam op en Striekinstrument

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schaap + Schinken