Uitspraak in het Plat: /ˈʃɛɪ̯t·ɡɛˌvɛɪ̯ɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Scheet·ge·wehr
Pluralis: Scheetgewehren n dat Scheet­ge­wehr
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
gun
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: scheten + Gewehr