Wa­ter­damp in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔː·tɐˌdamp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wa·ter·damp
Niet gebruikt het pluralis m de Wa­ter­damp
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
Examples:
Waterdamp stiggt von de Wisch op.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Water + Damp