Wi­sch in het Nedersaksisch

Plural: Wi­schen f de Wi­sch
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Ch.Pagenkopf, CC-BY-SA-3.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Stück Grasland
Engels:
Duits:
=
Wiese