Fle­ger­ha­ven in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈflɛɪ̯·ɡɐˌhɔːm̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fle·ger·ha·ven
Plural: Fle­ger­ha­vens m de Fle­ger­ha­ven

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Fleger + Haven