Groot­school in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡɾɔu̯tˌʃɔˑu̯l/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Groot·school
Plural: Groot­scho­len f de Groot­school
[1]
perifere woordenschat
Examples:
Na de 4. Klass kemen wi in de Grootschool.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: groot + School