Schö­ler in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈʃøːy̯·lɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schö·ler
Pluralis: Schölers m de Schö­ler
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: School