Koorn­sack in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔu̯ɾnˌzak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koorn·sack
Plural: Koorn­säck m de Koorn­sack
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koorn + Sack