Koorn in het Nedersaksisch

Pluralis: Köörn n dat Koorn
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ut dat Koorn warrt Mehl mahlt.
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Deel an’t Gewehr, dat Ziel antoviseren
Nederlands:
Duits:
Voorbeelden: