Daagblatt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈdɔːˑç·blat/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Daag·blatt
Plural: Daagblä­der n dat Daagblatt
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Public domain
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Tiedschrift, de jeden Dag rutkummt
Engels:
Duits:

Etymologie:

Sett sik tohoop ut: Dag + Blatt