Vull­melk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfʊlˌmɛlk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Vull·melk
Niet gebruikt het pluralis f de Vull­melk
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: vull + Melk