Dack­pann in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdakˌpan/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Dack·pann
Pluralis: Dackpannen f de Dack­pann
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Dack + Pann