je­der in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjɛː·dɐ/ 🔊︎
voornaamwoord
Afbreking: je·der
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
all, ahn Utnahm
Duits:
jeder
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
all beid von twee, egal wer
Engels:
=
either
Duits:
jeder