In­wah­ner in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɪnˌvɔː·nɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: In·wah·ner
Pluralis: Inwahners m de In­wah­ner
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Hamborg hett över 1,8 Milljonen Inwahners.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: in + wahnen + -er