Döör­bal­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈdøː͡ɐˌbalkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Döör·bal·ken
Pluralis: Döörbalkens m de Döör­bal­ken
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Döör + Balken