ba­ven in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbɔːm̩/ 🔊︎
bijwoord
Afbreking: ba·ven
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
up
Duits:
Voorbeelden:
Ik slaap baven in’t Dubbeldeckerbedd un du ünnen.
Antoniemen:
ünnen
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Voorbeelden: