Se­len­bar­ger in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈzɛɪ̯ln̩ˌba͡ɐ·ɡɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Se·len·bar·ger
Pluralis: Selenbargers m de Se­len­bar­ger
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Seel + bargen + -er