Muus­katt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈmuːˑsˌkat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Muus·katt
Pluralis: Muuskatten f de Muus­katt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
kat
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Muus + Katt