Schrift­set­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾɪftˌzɛ·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schrift·set·ter
Plural: Schrift­set­ters m de Schrift­set­ter
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Person, de in en Druckeree Texten sett
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schrift + Setter