natt­koolt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈnatˌkɔu̯lt/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: natt·koolt
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
kil
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Dat Wedder weer de Daag jümmer nattkoolt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: natt + koolt