Kum­man­do­brüg­g in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /kʊˈman·dɔˌbɾʏɡ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kum·man·do·brügg
Pluralis: Kummandobrüggen f de Kum­man­do­brüg­g
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kummando + Brügg