Kum­man­do in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /kʊˈman·dɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kum·man·do
Pluralis: Kummandos n dat Kum­man­do
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Voorbeelden:
Wer hett hier dat Kummando?

Etymologie:

Woord afleidt van: kum-