Kun­te­nanz in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkʊn·tɛˌnant͡s/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kun·te·nanz
Niet gebruikt het pluralis f de Kun­te­nanz
[1]
perifere woordenschat
Voorbeelden:
He keem nich ut de Kuntenanz.

Etymologie:

Woord afleidt van: kun-